News
Geschiedenis van de familie Van Dijk
Tuesday, November 18, 2014 8:13 PM

Op 6 november 1695 trouwde Gerrit Cornelisz. Van Dijck in Vlaardingen met Maartje Leenderts Van Vliet. Gerrit kwam uit Vlaardinger-Ambacht, maar meer informatie over zijn herkomst en zijn voorouders zijn niet gevonden. Maartje kwam uit de nabij gelegen plaats De Lier, waar het jonge koppel ook gaat wonen. Gerrit was een kleine en arme boer die een huisje kocht "aan het einde van de Burgerwecht", met daarbij "4 hond eigen tarwepachtland"; dat is net iets meer dan een halve hectare grond. Een paar jaar later vraagt hij fl. 25 van het armenbestuur om een boomgaard aan te leggen. In 1721 koopt hij "3 morgen en 2 hond weiland in de hoefpolder".

Zijn zoon Pieter Gerritsz. Van Dijk trouwde in 1724 in Zoetermeer met Ingetje Arentse Huijsman, ging daar wonen en kocht 10 jaar later kavel nr. 16 in de Driemanspolder. Pieter was zes termijnen Schepen in Zoetermeer. Met zijn komst naar Zoetermeer begint een eeuw Van Dijk-en die in Zoetermeer als landbouwers een rol van betekenis spelen.

Zijn zoon Gerrit Pietersz. Van Dijk trouwde in 1760 met Elizabeth Aartse De Munnik. Gerrit had niet alleen kavel nr. 16 van zijn vader geërfd, maar was daarnaast ook eigenaar van de kavels 14, 15 en een deel van kavel 27. Gerrit was twaalf termijnen actief als Schepen van Zoetermeer, waarvan de laatste termijn als President Schepen. Ook was hij actief als Heemraad, en als Dijkgraaf van de Driemanspolder.

Een generatie verder is het Pieter van Dijk die in 1789 in Zoetermeer eerst Cornelia Huijser trouwde en bij haar één zoon kreeg (Gerrit). Cornelia overleed, waarna Pieter in 1818 op 53-jarige leeftijd trouwde met de 23-jarige Gerrigje de Zeeuw, waarmee hij nog 13 kinderen kreeg. Pieter was een korte periode heemraad, maar werd daarna bestuurlijk actief als Ambachtbewaarder en Assessor (dit werd later wethouder genoemd).

Pieters zoon uit zijn eerste huwelijk, Gerrit Van Dijk dus, trouwde in 1821 met Grietje de Zeeuw, de zus van zijn jonge stiefmoeder. Dit huwelijk duurde niet lang, want Grietje overleed in het kraambed. Hierna trouwde hij in 1826 in Bleiswijk met Johanna van Gogh, bij wie hij nog drie kinderen kreeg. Gerrit woonde nog een tijd in Zoetermeer en Zegwaart, maar verhuisde naar Bergschenhoek waar hij op 75-jarige leeftijd overleed. Gerrit van Dijk was landbouwknecht en arbeider, net als zijn zoon Cornelis Van Dijk (geb. 1829) in Bergschenhoek en kleinzoon Frans Van Dijk (geb. 1857) in Bleiswijk.

De zoon van Frans Van Dijk is Maarten Van Dijk (geb. 1883). Maarten was boterhandelaar en broodbezorger en woonde in Rotterdam (Terbregge). Hij trouwde in 1911 met Pietertje Molenaar. In de generaties na Maarten komt de naam Frans nog een paar keer terug.

fancy-imagebar
Pieter van Dijk  (1765–1837) Rutger Jans Witzier  (1687–) Cornelis Witzier  (1719–) Grietjen Beker  (1853–1934) Jacob Cornelisz van der Ree (Hee)  (1735–1799) Margrita van Dijk  (1824–1829) Frans van Dijk  (1857–1938) Willemina van Mourik  (1842–1916) Geurt Breukink  (1884–1968) Cornelis van Dijk  (1829–1906) Annigje Leenderse Rietveld  (1708–) Maarten van Dijk  (1883–1962) Aafje de Bruin  (1797–1865) Jannetje van 't Riet  (1870–1951) Abraham Arents Bubbeson  (1637–1694) Bart Stam  (1820–1858) Gerrit van Dijk  (1792–1867) Paul Jansen  (1685–1763) Maria van Dijk  (1828–1829) Grietje de Zeeuw  (1797–1822) Grietjen Beker  (1853–1934) Hendrik Langstraat  (1825–1908) Frans van Dijk  (1857–1938) Hendrik Pietersz Schuilenburg  (1712–1782) Maarten van Dijk  (1883–1962) Geertje Voets  (1839–1930) Lieven Joosen   (1650–1723) Adriana Cornelia Witzier  (1885–1960) Cornelis Verweij  (1840–1872) Lodewijk VI ”de Dikke” van Frankrijk  (1081–1137) Maria Breukink  (1851–1915) Jan Albert Buitenhuis  (1881–1939) Garrit Breukink  (1848–1927) Pieter van Dijk  (1765–1837) Abraham van Nuffelen  (1843–1931) Maria van Lith  (1739–1808) Ariaantje Buitelaar  (1779–1844) Arie Stam  (1795–1871) Gerrit Jan Breukink  (1855–1939) Evert Oudkerk  (1814–1902) Wouter Jansz. van Gogh  (1689–) Cornelia van Dijk  (1822–1822) Margrieta van Dijk  (1832–1864) Bastiaan Huijbert Bastiaans  (1670–1753) Arie Stam  (1795–1871) Cornelis Witzier  (1818–1888) Abraham van Nuffelen  (1843–1931) Cornelis Gerritse van Dijk  (1702–1704) Gerrit Pietersze van Dijk  (1730–1797) Geertruij van der Groeff  (1727–1806) Claas Ariens Hardtijser  (1732–1770) Ariaantje Jans van Wijngaarden  (1677–1754) Cornelia van Dijk  (1822–1822) Teunis Lems  (1889–1963) Leonardus Jacobus van der Ree  (1842–1925) Jacob van der Ree  (1879–1959) Maria Geertruida van Driel  (1840–1937) Pieter van Dijk  (1765–1837) Jacob Preijer  (1717–) Gerrit Jan Beunink  (1744–1794) Margrieta van Dijk  (1832–1864) Aaltjen Barents   (1746–1830) Jilles Klaassen Grandia  (1715–) Nicolaas van Nuffelen  (1747–1815) Jannigje Metz  (1747–1811) Aaltje Zwarts  (1806–1844) Willem Hoofd  (1781–1847) Teunis Lems  (1889–1963) Teunis Lems  (1889–1963) Cornelis Verweij  (1764–1827) Ariaantje Cornelisse van der Kraan  (1729–1814) Jan Dirks Buitenhuis  (1779–1845) Jan Voets  (1798–1878) Hendrijntje Grandia  (1746–1781) Johanna van Gogh  (1791–1840) Willem Meijer  (1750–1834) Jacob Willemse van der Ree  (1665–) Abraham Cornelisz van Someren  (–) Anthoine Stevaer  (1662–) Wouter van Gogh  (1746–1825)